Hoe herkent u een lekke band tijdens het rijden?
Een band die snel leegloopt merkt u vrijwel altijd. De auto trekt naar één kant, het stuur voelt zwaar of juist vaag, en u hoort een flappend of dreunend geluid dat met de snelheid meegaat. Bij moderne auto's gaat vaak ook het TPMS-lampje branden: een geel symbool van een banddoorsnede met een uitroepteken.
Een band die langzaam leegloopt is verraderlijker. U merkt hooguit dat de auto wat minder strak stuurt. Juist dan is het TPMS-lampje een belangrijke waarschuwing: stop bij de eerstvolgende veilige plek en kijk de banden na.
Stap voor stap: zo handelt u veilig
- Blijf rustig en rem niet abrupt. Houd het stuur met twee handen recht, laat het gas geleidelijk los en rem pas voorzichtig als de auto weer stabiel rijdt. Hard remmen met een lege band kan de auto laten uitbreken.
- Zoek een veilige plek. Geef richting aan en stuur naar rechts: een parkeerhaven, afrit, tankstation of de vluchtstrook. Een paar honderd meter extra om een veiliger plek te bereiken is het vaak waard; nog verder rijden beschadigt de band en de velg.
- Alarmlichten aan. Zet de auto zo ver mogelijk naar rechts, zet de alarmlichten aan en, 's avonds, ook de parkeerverlichting.
- Hesje aan en uitstappen aan de bermkant. Trek een veiligheidshesje aan vóórdat u uitstapt. Stap uit aan de kant van de berm, en laat alle inzittenden dat ook doen.
- Wacht achter de vangrail. Op de snelweg en op drukke wegen wacht iedereen achter de vangrail of zo ver mogelijk van de rijbaan af, ook als het regent. Blijf niet in of vlak naast de auto staan.
- Plaats een gevarendriehoek alleen als het veilig kan. Op een gewone weg zet u de driehoek ongeveer 30 meter achter de auto. Op de snelweg loopt u beter niet over de vluchtstrook als dat risico oplevert.
- Bel om hulp en geef uw locatie door. Bel een bandenservice op locatie of uw pechhulp. Bij Bandoplocatie.nl belt u 085 505 5299 of stuurt u uw live locatie via WhatsApp. Op de snelweg helpt het nummer op het dichtstbijzijnde hectometerpaaltje. Bij direct gevaar belt u 112.
Mag ik zelf het wiel verwisselen?
Op een rustige, vlakke en veilige plek — de oprit, een parkeerplaats — kan dat prima als uw auto een reservewiel of thuiskomer heeft. Doe het nooit op de vluchtstrook van een snelweg: het verkeer raast op een meter afstand langs en u zit gebukt aan de kant van de rijbaan. Laat dat over aan hulp met een beveiligd voertuig.
Rijdt u op een thuiskomer, houd dan de maximumsnelheid aan die op het wiel of in het instructieboekje staat, meestal 80 km/u, en rijd er niet langer mee dan nodig.
Wel of niet de bandenreparatieset gebruiken?
Een reparatieset met vulmiddel en compressor dicht alleen kleine gaatjes in het loopvlak. Bij een snee, schade in de zijwang of een band die van de velg is gelopen, helpt hij niet. Heeft u de set gebruikt, meld dat dan aan de monteur: het vulmiddel moet eerst volledig uit de band voordat hij beoordeeld en gerepareerd kan worden. Meer daarover leest u in reservewiel, thuiskomer of reparatieset.
Kan de band daarna nog gerepareerd worden?
Vaak wel, mits de schade in het midden van het loopvlak zit, het gat niet groter is dan ongeveer 6 millimeter en er niet met een lege band is doorgereden. Hoe eerder u stopt, hoe groter de kans. Lees de precieze regels in band repareren of vervangen, of laat ons het ter plekke beoordelen via lekke band op locatie.
